Senior voeding → Deel 2: Waarom “Senior kattenvoer” een marketing mythe is

Waarom “Senior kattenvoer” een marketing mythe is


Loop door het kattenvoerschap van je lokale dierenwinkel en je ziet het overal: “Senior 7+”, “Mature Cat”, “Aging Care”, “Senior Health”.

Hele schappen vol met voer specifiek voor oudere katten, elk met hun eigen claims over gewrichtsondersteuning, nierondersteuning, gemakkelijk verteerbare proteïnen.

De Pet Food industrie heeft je geleerd om te denken in leeftijdscategorieën:

Kitten food tot 1 jaar.

Adult food van 1 tot 7 jaar.

Senior food vanaf 7 jaar (of 10, of 11, afhankelijk van welk merk je vraagt, haha).

Het lijkt logisch, het lijkt wetenschappelijk, het lijkt alsof er echt nagedacht is over de specifieke behoeften van elke levensfase.

Maar hier is de waarheid: “Senior kattenvoer” is een marketing categorie, geen biologische noodzaak.

Laten we beginnen met een simpele vraag: wat maakt een kat “senior”? 

Is het leeftijd? Gedrag? Gezondheid? Bloedwaarden? De Pet Food industrie zegt: leeftijd. Een kat is senior vanaf 7 jaar, of 10 jaar, afhankelijk van het merk.

Maar wat betekent dat eigenlijk? Een 12-jarige kat die elke dag speelt, een glanzende vacht heeft, soepel beweegt en energie overschot toont..

Is die “senior” op dezelfde manier als een 8-jarige kat die nauwelijks beweegt, overgewicht heeft, doffe vacht en beginnende nierwaarden?

Natuurlijk niet.

Maar volgens de marketing zijn ze allebei “senior” en zouden ze allebei hetzelfde “senior food” moeten eten.

Hier is wat de Pet Food industrie niet vertelt: leeftijd is geen diagnose. Leeftijd is geen belastingsfactor. Leeftijd is alleen maar tijd. 

Wat er gebeurt tijdens die tijd, hoe het lichaam belast is geweest, hoeveel ruimte er nog is, hoe de organen functioneren, dat is wat ertoe doet.

Niet het getal van jaren dat je kat geleefd heeft. Een kat wordt niet plotseling “anders” op zijn zevende verjaardag. Er gaat geen biologische schakelaar om die zegt: “Nu heb je speciaal voer nodig.”

Wat wel gebeurt, is dat over tijd, door jaren van belasting, door cumulatieve effecten, door natuurlijke veroudering van organen, de draagkracht langzaam afneemt. De beker wordt kleiner (leg ik later wel uit wat ik ermee bedoel). Niet dramatisch, niet plotseling, maar geleidelijk.

En dit is precies waar de marketing slim op inspeelt. Ze nemen een algemene waarheid bijvoorbeeld “oudere katten hebben vaak verminderde orgaanfunctie” en vertalen dat naar: “Daarom hebben ze speciaal senior food nodig.”

Maar dat is een logische sprong die het echte verhaal oversimplificeerd.
Want wat betekent “verminderde orgaanfunctie” precies?

Voor de ene senior kat betekent het dat zijn nieren niet meer zo efficiënt filteren, wat betekent dat vocht en eiwitkwaliteit cruciaal worden.

Voor een andere senior kat betekent het dat zijn alvleesklier niet meer zo goed bloedsuiker reguleert, wat betekent dat stabiele energie-inname belangrijk wordt.

Voor weer een andere betekent het gewoon dat hij minder beweegt en dus minder calorieën nodig heeft om niet aan te komen.

Drie verschillende senior katten. Drie totaal verschillende behoeften. Maar volgens de marketing allemaal hetzelfde “senior food”?

Big Pet (zoals ik de industrie ook wel eens noem) wil je laten geloven dat ze een formule hebben ontwikkeld die past bij “de senior kat.”

Maar “de senior kat” bestaat niet. Het is een gemiddelde, een statistisch construct, een marketing persona.

Net zoals “de gemiddelde volwassene” niet bestaat. Er zijn alleen maar individuele mensen met hun eigen unieke gezondheid, geschiedenis en behoeften.

En hier is het gevaarlijke: door te denken in termen van “senior food” stop je met kijken naar wat jouw specifieke kat nodig heeft, en begin je te kijken naar wat de verpakking je vertelt dat “senior katten” nodig hebben.

Je delegeert je denken naar de marketing afdeling van een voerfabrikant.

Je laat hen beslissen wat jouw kat nodig heeft, gebaseerd op niets meer dan een leeftijdscategorie.

Maar hier is wat je echt moet weten over senior katten…


Doorgaan (3/6) ≫