Diarree bij kittens

Wat probeert het lichaam te zeggen?

ChatGPT Image Jan 3, 2026 at 05_29_33 PM

Het moment waarop twijfel ontstaat is zelden groot of dramatisch. Meestal begint het onschuldig, bijna terloops.

Een bakje natvoer dat met goede intenties wordt neergezet, een kitten die enthousiast begint te eten, en even later iets wat je liever niet had gezien in de kattenbak.

Dunner dan normaal. Anders dan gisteren.

Genoeg om je hart even te laten zakken, juist omdat dit bedoeld was als iets goeds, iets gezonds, iets waar je bewust over had nagedacht.

Vrijwel automatisch volgt dan dezelfde gedachte:

Misschien kan haar lichaam dit niet aan. Misschien is natvoer gewoon te zwaar. Misschien moet ik hier voorzichtig mee zijn, het beperken, of er zelfs helemaal mee stoppen.

Diarree voelt als een duidelijk signaal, en we zijn gewend om dat signaal te lezen als een oordeel. Dit werkt niet. Dit is fout. Dit veroorzaakt het probleem.

Dat is begrijpelijk.

Niemand wil zijn kitten schade toebrengen, en diarree voelt rommelig en zorgelijk, alsof je iets verkeerd hebt gedaan zonder precies te weten wat.

Zeker bij kittens, die nog zo kwetsbaar lijken, voelt elk afwijkend signaal als iets dat meteen gecorrigeerd moet worden.

We willen het oplossen voordat het erger wordt, voordat het ergens naartoe gaat waar we geen grip meer op hebben.

Maar wat als diarree niet het soort signaal is dat we denken dat het is. Wat als het minder een oordeel is, en meer een boodschap.

Geen veroordeling van wat er in het bakje lag, maar een aanwijzing van wat het lichaam op dat moment moet doen om alles te verwerken.

Het lichaam van een kitten is namelijk nog geen stabiele machine die alleen maar hoeft te draaien. Het is een organisme in opbouw, een systeem dat nog leert, nog afstemt, nog zoekt naar balans.

De spijsvertering vormt daarin geen uitzondering. Darmen ontwikkelen zich, enzymproductie past zich aan, de communicatie tussen voeding en lichaam is nog volop in beweging.

Dat betekent niet dat er iets misgaat, maar wel dat verandering voelbaar is.

Wanneer er iets verandert in wat er binnenkomt, kan het lichaam reageren. Soms nauwelijks merkbaar, soms duidelijker.

Diarree is zo’n duidelijke reactie.

Niet omdat het lichaam faalt, maar juist omdat het actief is, omdat het probeert te verwerken, te reguleren, te corrigeren.

Het zegt niet per se dat iets nooit meer mag. Het zegt eerder dat deze verandering op dit moment meer vraagt dan het lichaam ontspannen kan dragen.

Toch zijn we geneigd om dat verschil niet te maken.

We zien de diarree en koppelen die direct aan het natvoer, alsof het voer de oorzaak is en de diarree het bewijs.

Daarmee slaan we een stap over.

We gaan van signaal rechtstreeks naar oordeel, zonder stil te staan bij wat het lichaam eigenlijk aan het doen is. 

En precies daar zie je hoe snel complexiteit wordt ingeruild voor eenvoud die vooral geruststelt, hoe regels en verboden aantrekkelijker voelen dan onzekerheid en nuance.

Die reflex herkende ik later pas echt, toen ik zelf met iets soortgelijks werd geconfronteerd.

Niet bij een kitten, maar bij mijn eigen kat, Binky, die last kreeg van blaasgruis. Ook daar deed ik wat logisch leek en wat werd geadviseerd.

Onderzoek door de dierenarts.

Een duidelijke conclusie.

Speciaal blaasgruis voer, met de geruststellende belofte dat het daarmee zou worden opgelost.

En toen het niet verdween, volgde een tweede advies, opnieuw met dezelfde verwachting.

Maar het lichaam bleef signalen geven.

Niet dramatisch, niet acuut, maar hardnekkig. Alsof het iets bleef proberen te corrigeren wat niet werkelijk veranderde.

Pas later begon ik te begrijpen wat ik toen nog niet kon benoemen:

Dat ik steeds probeerde het signaal (blaasgruis) weg te nemen, zonder te kijken naar wat het lichaam moest doen om in balans te blijven.

Het probleem was niet dat Binky faalde, maar dat zijn lichaam voortdurend moest compenseren.

De verandering kwam niet door nóg een correctie, maar door een ander vertrekpunt.

Door te vertrekken vanuit de biologie van Binky, hoefde het lichaam minder bij te sturen, minder te vechten om evenwicht te bewaren.

Pas toen verdween het signaal, niet omdat het was onderdrukt, maar omdat het niet langer nodig was.

Sindsdien kijk ik anders naar gezondheid en reacties zoals diarree.

Alsof je niet meer bij elk signaal hoeft te schrikken, niet meer hoeft te gissen of je nu moet ingrijpen of juist niets moet doen.

Het geeft rust om te weten dat gezondheid zich niet pas laat zien wanneer het misgaat, maar juist in de ruimte daarvoor:

In hoe soepel je kat reageert.

Hoe snel het weer tot rust komt.

Hoeveel marge er nog is voordat compenseren nodig wordt.

Je hoeft niet meer te wachten op bevestiging van buitenaf om te voelen dat je op de juiste weg zit.

De Gezonde Marge is voor mensen die dit herkennen.

Dus als dit herkenbaar is, dan heb ik een Manifest geschreven - een oproep aan katteneigenaren zoals wij die hun kat zo lang mogelijk gezond willen houden zonder steeds te hoeven ingrijpen.

De Gezonde Marge: Een Manifest voor Bewuste Katteneigenaren »