De beker (06-03)
Een heleee goedemorgen!
Vorige week eindigde ik met: “Ik kies voor een andere benadering.”
Vandaag laat ik je weten waarom deze benadering zo belangrijk is voor je kat.
Dus laten we beginnen met een metafoor. De metafoor die ik je in de PS beloofde.
Zo simpel dat ik me afvroeg waarom niemand me dit ooit had verteld. En tegelijkertijd zo krachtig dat ik heel anders begon te kijken naar gezondheid.
Stel je voor dat het lichaam van je kat een beker is.
Die beker heeft een bepaalde capaciteit. We noemen dit draagkracht. Het is de hoeveelheid “druk” die het lichaam kan verwerken zonder dat er problemen ontstaan.
Onderzoek toont aan dat deze draagkracht niet statisch is. Wetenschappers noemen dit concept allostatic load – de cumulatieve biologische last die ontstaat wanneer het lichaam constant moet aanpassen aan stressoren.
In Jip en Janneke taal: de opeenstapeling van belasting.
Hoe meer het lichaam moet compenseren, hoe kleiner de draagkracht wordt. De beker wordt letterlijk kleiner naarmate er meer druk op staat.
Elke kat heeft zijn eigen unieke beker. Met zijn eigen unieke capaciteit.
Sommige katten hebben van nature een grotere beker. Andere een kleinere. En oudere katten? Die hebben meestal een kleinere beker dan jonge katten.
Net zoals ik op mijn 20e een hele pizza kon eten zonder erbij na te denken. Nu ben ik 35 en als ik dat doe, voel ik me drie dagen niet oké. De beker wordt kleiner, zeg maar.
(Of ik word gewoon oud. Maar dat klinkt minder poëtisch haha)
En elke dag komen er dingen in die beker.
Voeding. Natvoer, droogvoer, snacks, toevoegingen.
Vochttekort (vooral bij droogvoer).
Additieven zoals E-nummers, conserveringsmiddelen, vullers die het lichaam moet verwerken.
Stress. Veranderingen in de omgeving, andere katten, geluiden, verhuizen.
Overgewicht dat extra druk legt op gewrichten, organen, de hele stofwisseling.
De leefomgeving. Een binnenkat met weinig stimulatie ervaart een andere druk dan een kat die naar buiten kan.
Medische geschiedenis. Eerdere klachten, medicatie, chronische aandoeningen.
En meer.
Al deze dingen zijn belasting.
Zolang de belasting onder de rand van de beker blijft… is er geen probleem. Het lichaam compenseert, het reguleert, het herstelt.
Alles lijkt prima. Je kat eet, hij speelt, hij doet alles wat een “gezonde” kat hoort te doen. De dierenarts zegt dat de bloedwaarden goed zijn.
Op papier klopt alles.
Maar wanneer de beker overloopt… verschijnen de symptomen.
Blaasgruis zoals bij Binky. Diarree. Braken. Huidproblemen. Nierklachten. Obesitas. Diabetes. Chronische ontstekingen.
Echter, het symptoom is NIET het probleem.
Het symptoom is het moment waarop de beker overstroomt.
Het is het signaal dat de totale belasting te hoog is geworden. Niet de oorzaak zelf.
Snap je hoe anders dat is?
Het is alsof je een overlopende gootsteen hebt. Iedereen rent naar de vloer met een dweil. “We moeten de vloer droog maken!”
Ja oké, maar de kraan staat nog steeds aan, mensen.
En dit is waarom ik (en misschien jij ook) in een eindeloze cyclus vastzat.
De cyclus gaat zo:
Je kat krijgt een symptoom. Blaasgruis, diarree, braken.
Je zoekt naar de oorzaak. “Wat eet hij verkeerd?”
Je leest advies online. “Probeer dit voer.” “Schakel over naar dat merk.”
Je switcht van voer. Het symptoom verdwijnt… tijdelijk.
Je denkt: probleem opgelost.
Maar drie maanden later? Nieuwe symptomen. Of hetzelfde probleem keert terug.
En je begint opnieuw.
Het is net als mensen die elke maandag beginnen met een nieuw dieet.
Dinsdag gaat het nog goed.
Woensdag heb je trek.
Donderdag zit je met je gezicht in een zak chips.
Vrijdag denk je: volgende week beter.
En de cyclus herhaalt zich, haha 🙂
Waarom blijf je in deze cyclus vastzitten?
Omdat je opereert vanuit een fundamentele misvatting: gezondheid is de afwezigheid van symptomen. Zolang je kat geen diarree heeft, geen blaasgruis heeft, en gewoon eet… dan is alles toch goed?
Nee. Want wat er werkelijk gebeurt zie je niet. Dit is wat er namelijk onder de oppervlakte plaatsvindt:
Het lichaam van je kat compenseert. Constant en onzichtbaar.
Onderzoek toont aan dat het lichaam voortdurend probeert homeostase te behouden. Dat is een stabiele interne staat ondanks externe druk. Dat klinkt mooi.
Maar die stabiliteit is niet gratis. Het kost energie. Het kost inspanning. En als die inspanning nooit stopt… ontstaat slijtage.
Grappig genoeg kent de Taoïstische filosofie dit concept al duizenden jaren. Ze noemen het Wu Wei – het principe van moeiteloze actie.
Wanneer het lichaam in balans is, werkt het moeiteloos. Alles vloeit natuurlijk. Geen verzet, geen constant bijsturen.
Maar wanneer het lichaam constant moet compenseren… verdwijnt die natuurlijke flow. In het Taoïsme spreken ze bijvoorbeeld over Yin en Yang – niet als tegengestelden, maar als krachten die elkaar in balans houden.
Wanneer die balans verstoord is, moet de ene kant harder werken om de andere te compenseren.
En dat… dat is geen duurzame staat. Het lichaam verzet zich tegen zichzelf.
De nieren werken harder om vochttekort te compenseren. Ze concentreren urine sterker dan bedoeld. Ze draaien op reservecapaciteit.
De darmen proberen droge, harde korrels te verwerken die nooit hun natuurlijke prooi zouden zijn.
(Wist je dat bijvoorbeeld muizen en vogels 70% vocht bevatten? Raad eens hoeveel droogvoer bevat.. 8-10%. Dat is alsof je elke dag alleen maar crackers eet en verwacht dat je darmen blij zijn. Spoiler: ze zijn niet blij.)
Het immuunsysteem werkt overuren om additieven en vulstoffen te filteren. Om de E-nummers en conserveringsmiddelen te neutraliseren.
Organen gebruiken energie… kostbare energie die eigenlijk voor herstel en onderhoud bedoeld is… om balans te bewaren.
(Wil je trouwens weten hoe dit precies werkt op orgaanniveau? Welke processen er precies plaatsvinden in de nieren, darmen en het immuunsysteem? Laat het me weten. Dan stuur ik je een bonus email met de wetenschappelijke details)
Dit gebeurt allemaal onder de radar. Je ziet het niet. Je kat toont het niet.
Totdat de beker overloopt.
Dan pas krijg je het symptoom. En wat doe je?
Je jaagt op het symptoom. Je probeert het symptoom te laten verdwijnen. Je wisselt van voer, je probeert medicatie, je zoekt naar “de oplossing.”
Maar het symptoom is niet het probleem. Het is alleen het signaal dat de totale belasting te hoog is geworden.
Het is de rookmelder die afgaat. Niet de brand zelf.
En wat doen mensen als de rookmelder afgaat? Ze halen de batterij eruit. Probleem opgelost!
Behalve… het huis staat nog steeds in brand.
Laat het me je nog duidelijker maken:
Waarom werkt voer X bij de ene kat wel, maar niet bij de andere?
Als voer X echt “de oorzaak” was van het probleem… dan zou elke kat hetzelfde probleem krijgen van voer X.
Maar dat gebeurt niet.
Sommige katten verteren natvoer perfect. Anderen krijgen direct diarree.
Sommige katten kunnen prima droogvoer aan. Jarenlang. Andere ontwikkelen blaasgruis, zoals Binky.
Waarom dit verschil?
Het is niet dat alle voer gelijkwaardig is. Voer met vulstoffen, plantaardige grondstoffen en 8% vocht geeft objectief meer belasting dan natuurlijk voer met 70% vocht.
Maar het ding is, zelfs perfect voer kan problemen veroorzaken als de beker al overloopt. En matig voer kan soms (tijdelijk) ‘werken’ als er nog genoeg ruimte is.
Daarom krijg je die verwarrende verhalen als “mijn kat at jarenlang Whiskas en had nooit iets.”
Ja, want zijn beker was groot genoeg. Tot hij dat niet meer was.
Zelfde voor Binky. Zijn beker was al 85-90% vol. En toen gaf de dierenarts Royal Canin Urinary S/O. Een voer specifiek ontworpen om de pH te reguleren en kristalvorming te voorkomen.
Op papier de “perfecte oplossing.”
Maar dit is wat er gebeurde:
Royal Canin pakte één aspect aan, de pH-waarde. Het verlaagde de kans op kristalvorming.
Maar het deed niets aan het chronische vochttekort (het was nog steeds droogvoer). De additieven. De andere factoren die zijn beker vulden.
De beker was nog steeds 85% vol.
Het voer had alleen één specifieke belastingsfactor aangepakt. De andere bleven bestaan.
En zes maanden later? Overflow. Opnieuw blaasgruis.
Het is alsof je een lek in je plafond hebt. Je zet een emmer eronder. Probleem opgelost!
Behalve… de emmer loopt ook over. En je denkt: ik heb een grotere emmer nodig.
Nee, nee. Je moet het dak repareren.
Dit is het probleem met symptoomgerichte oplossingen. Ze behandelen niet de beker. Ze behandelen de overflow.
Ze proberen de rand van de beker hoger te maken. Of ze proberen één specifieke belastingsfactor te verlagen.
Maar ze kijken niet naar de totale belasting.
En dat was mijn aha-moment.
De vraag was nooit: “Welk voer voorkomt blaasgruis?”
De vraag was altijd: “Wat vult Binky’s beker en hoe krijg ik ruimte gecreëerd?”
En toen ik die vraag stelde… begreep ik al meer.
Maar nog niet genoeg want ik zag Binky nog steeds als “gezond.” Want hij functioneerde. Hij at, hij speelde, hij deed alles wat een kat hoort te doen.
Maar functioneren is niet hetzelfde als floreren.
En dat verschil… leg ik je volgende week uit. Deze email is al lang genoeg 🙂
Fijn weekend,
Hamist
PS: Herken je die cyclus bij je eigen kat? Symptoom, oplossing, tijdelijk weg, komt terug? Laat het me weten. Ik lees alles.