De laatste 3 principes… (20-03)

Goeiemorgen!

Vorige week beloofde ik je principe 4. En dat principe vind ik echt belangrijk, want wat ik daar bespreek komt zóóó vaak voor.

Het heeft te maken met die goedbedoelende adviezen op het internet.

Je kent het wel: je googelt “kat diarree natuurlijk voer” en je krijgt 47 verschillende meningen.

“Geef kip met rijst!”

“Nee, juist geen granen!”

“Probeer pompoen!”

“Mijn kat was genezen met dit specifieke merk!”

En allemaal bedoelen ze het goed. Echt waar.

Maar hier is het probleem…

Principe 4: Context is belangrijker dan protocol.

Algemeen advies werkt gemiddeld. Maar jouw kat is niet gemiddeld.

Wat werkt voor kat A, werkt niet automatisch voor kat B. Omdat hun bekers anders gevuld zijn. Omdat hun draagkracht anders is. Omdat hun levensomstandigheden, medische geschiedenis en genetische aanleg uniek zijn.

Daarom is maatwerk essentieel. Daarom kun je niet simpelweg een protocol volgen en verwachten dat het werkt.

Je moet begrijpen wat er speelt in de specifieke context van jouw kat.

Stel je voor:

Kat A heeft diarree. Zijn beker is 60% vol. Hij krijgt natvoer, beweegt veel, geen stress, goede hydratatie. Maar hij heeft net een nieuwe snack gekregen met additieven.

Oplossing: stop de snack. Probleem opgelost.

Kat B heeft ook diarree. Maar zijn beker is 95% vol. Hij krijgt droogvoer, is overgewicht, chronische stress door een andere kat in huis, bewegingsarmoede, eerdere darmklachten.

Oplossing: stop de snack? Misschien helpt het tijdelijk. Maar de beker blijft 94% vol. Over drie weken is het probleem terug.

Zie je het verschil?

Hetzelfde symptoom. Hetzelfde “advies.” Compleet verschillende uitkomsten.

En dat is waarom ik soms mijn haar uit mijn hoofd trek als ik weer een Facebook-groep zie waar iemand vraagt: “Mijn kat heeft blaasgruis, welk voer moet ik geven?”

En dan krijg je 50 reacties:

“Royal Canin Urinary werkte bij mij!”

“Nee, Hill’s c/d is beter!”

“Doe gewoon rauw vlees!”

“Mijn dierenarts zegt…”

En allemaal hebben ze gelijk… voor hun eigen kat. In hun eigen context.

Maar voor jouw kat? Misschien. Misschien niet.

Want zonder te weten hoe vol de beker is, welke andere belastingsfactoren meespelen, wat de draagkracht is… is het gokken.

Het is net als met relatietherapie.

De therapeut zegt altijd: “Jullie moeten beter communiceren.”

Ja, dank je.

Maar HOE dan?

Want als ik zeg: “We moeten praten,” zegt zij: “Daar heb ik het nu even niet over.”

Context mensen, context.

Oké, principe 4 gehad. Door naar principe 6. (Want 5 hebben we in de vorige mail behandeld)

Principe 6: Meten is weten, maar niet alleen met bloedwaarden.

Bloedwaarden vertellen een deel van het verhaal. Maar niet het hele verhaal.

Ze laten zien wanneer organen al onder druk staan. Maar niet altijd wanneer de beker aan het vollopen is.

Let daarom ook op gedragssignalen:

Het energie-level van je kat. Speelt hij langer, vaker, met meer enthousiasme?

De kwaliteit van zijn vacht. Glans, zachtheid, geen kale plekken.

De helderheid van zijn ogen.

De kleur van zijn urine. Licht geel betekent goed gehydrateerd, donker betekent vochttekort.

De vorm en consistentie van zijn ontlasting.

Zijn gewicht. Stabiel en gezond, niet schommelend.

Zijn veerkracht bij stress.

Deze signalen vertellen je of de beker aan het dalen is. Lang voordat bloedwaarden veranderen.

Ik merkte dit bij Binky. Zijn bloedwaarden waren “prima” volgens de dierenarts.

Maar ik zag:

Zijn vacht was minder glanzend.

Zijn urine was donkerder.

Hij speelde korter.

Hij herstelde langzamer van een dierenarts-bezoek.

De beker was aan het vollopen. Maar op papier was alles nog “goed.”

En dan tot slot…

Principe 7: Voorkomen is makkelijker dan genezen.

Een volle beker leegmaken kost tijd, moeite en vaak frustratie. Het lichaam heeft tijd nodig om te herstellen van chronische belasting. Organen moeten zich aanpassen. Nieuwe patronen moeten zich vestigen.

Maar een beker onder de 70% houden is veel makkelijker.

Daarom is De Gezonde Marge proactief in plaats van reactief.

Het gaat niet om wachten tot overflow en dan ingrijpen. Maar om structureel de belasting laag genoeg houden zodat overflow nooit hoeft te gebeuren.

Het is net als met die auto van de vorige emails.

Je kunt wachten tot de motor vastloopt en dan voor duizenden euro’s laten repareren.

Of je doet gewoon je oliepeiling elke paar maanden en voorkom je de ramp.

(Moet ik zelf ook vaker doen trouwens… mijn auto maakt rare geluiden de laatste tijd, maar goed)

Dit zijn de zeven principes van De Gezonde Marge.

En toen ik deze principes eindelijk begreep… toen ik ze toepaste bij Binky… veranderde alles.

Maar hier is het ding:

Begrip alleen is niet genoeg.

Je kunt het beker-concept begrijpen. Je kunt de principes kennen. Je kunt intellectueel volledig overtuigd zijn dat dit de weg is.

Maar toepassing… het daadwerkelijk in praktijk brengen van deze principes voor jouw specifieke kat… dat is persoonlijk werk. Dat is maatwerk.

En dat is ook waar de meeste mensen vastlopen.

Want elke kat is fundamenteel anders.

De beker van Binky was op een specifieke manier gevuld. Maar jouw kat heeft zijn eigen unieke beker. Gevuld met zijn eigen unieke combinatie van belastingsfactoren.

Misschien is overgewicht de grootste belastingsfactor bij jouw kat. Of chronische stress. Of leeftijd. Of een combinatie van erfelijke gevoeligheden gecombineerd met medicatie gecombineerd met een voedingspatroon dat nooit goed is aangepast.

En hier zit het probleem met begrijpen vs toepassen:

Toen ik probeerde Binky te helpen, had ik alle informatie tot mijn beschikking. Ik had jaren in de voedingsindustrie gewerkt. Ik had onderzoeken gelezen. Ik had blogs doorgespit. Ik kende de theorie.

Maar ik wist niet waar te beginnen met Binky specifiek.

Ik wist niet welke belastingsfactor ik eerst moest aanpakken.

Ik wist niet hoe snel ik van droogvoer naar natvoer kon overschakelen zonder zijn darmen te overbelasten.

Ik wist niet wanneer ik moest aanpassen als iets niet werkte.

Ik wist niet hoe ik kon meten of we vooruitgang boekten of alleen maar water naar de zee droegen.

Ik stond te dichtbij.

Ik zag wel de details: “Mijn kat heeft blaasgruis.” “Welk voer moet ik geven?” “Waarom werkt dit niet?”

Maar ik miste het overzicht.

Ik zag niet dat blaasgruis alleen een signaal was van overflow, niet het probleem zelf.

Ik zag niet dat vochttekort de grootste belastingsfactor was die als eerste aangepakt moest worden.

Ik zag niet dat additieven de tweede grootste waren, of dat voer-timing en bewegingsarmoede ook significante bijdragen leverden aan zijn volle beker.

Ik zag de bomen, maar niet het bos.

En dat is de uitdaging waar bijna iedereen mee kampt: je bent zo betrokken bij je kat, zo emotioneel geïnvesteerd in zijn welzijn, dat het bijna onmogelijk is om de afstand te nemen die nodig is voor helder overzicht.

Dus wat nu?

Je hebt nu het manifest gelezen. Je hebt de lens gekregen, het beker-model waarmee je naar gezondheid kunt kijken. Je hebt de principes die deze manier van kijken onderbouwen.
Je hebt begrip van waarom symptoombestrijding faalt en waarom belastingvermindering werkt.

En dat begrip is waardevol. Want zonder de juiste lens blijf je in de cyclus van reageren op symptomen zonder ooit de onderliggende oorzaak aan te pakken.

Maar toepassing… het daadwerkelijk in praktijk brengen van deze principes voor jouw specifieke kat… dat is waar het échte werk zit.

Dus hier staan twee paden voor je open, beide even valide:

Pad 1: Je doet dit alleen.

Je neemt wat je hier hebt geleerd. Je begint te observeren welke belastingsfactoren een rol spelen bij jouw kat. Je experimenteert voorzichtig met kleine veranderingen. Je meet de resultaten. Je past aan waar nodig.

Dit is een volledig legitiem pad. Veel mensen kunnen op deze manier leren en groeien. Door te doen, door fouten te maken en ervan te leren, door geleidelijk aan het systeem onder de knie te krijgen.

Als dit jouw pad is, dan heb ik je hier genoeg gegeven om te beginnen. Gebruik het beker-model. Pas de principes toe. Ga stap voor stap te werk.

Pad 2: Je doet dit met begeleiding.

Je werkt samen met iemand die het overzicht heeft dat jij mist omdat je te dichtbij staat. 

Iemand die de weg kent omdat hij hem eerder heeft gelopen, niet alleen met Binky maar met vele andere katten.

Iemand die vragen stelt die je zelf niet zou stellen. Die patronen ziet die jij over het hoofd ziet. Die helpt met prioriteiten stellen wanneer alles even belangrijk lijkt. Die met je meeloopt terwijl je navigeert door de uitdagingen van het leegmaken van de beker.

Beide paden zijn goed. Er is geen “juiste” manier.

Het hangt af van wie je bent, hoe je leert, wat je situatie is, hoeveel tijd en energie je hebt.

Sommige mensen floreren door zelf te experimenteren en te leren. Andere mensen hebben de structuur en het overzicht nodig dat begeleiding biedt.

Geen van beide is beter of slechter. Ze zijn gewoon anders.

Mocht je begeleiding willen, dan krijg je volgende week meer info. 

Liefs,
Hamist

P.S. Vaste klanten worden beloond 😉