Weinig tijd
Volledig over op natvoer kost tijd die ik niet heb
Wat kan ik het beste doen?
Het begint bijna altijd bij tijd. Bij dat gevoel dat de dag al vol zit voordat hij echt begonnen is.
Werk, reistijd, afspraken, boodschappen, een huishouden dat zich weinig aantrekt van goede intenties.
En ergens daartussen verschijnt die gedachte: m’n kat volledig op natvoer zetten kost mij tijd die ik niet heb.
Ik snap dat, omdat ik daar zelf heb gestaan.
Er was een tijd dat ik met drie katten leefde die elk hun eigen timing hadden, hun eigen voorkeuren, en vooral een feilloos gevoel voor precies die momenten waarop het mij nét niet uitkwam (alsof ze daar onderling een groepsapp voor hadden, haha).
Tegelijkertijd draaide mijn leven gewoon door:
Een fulltime baan, een relatie, een huishouden dat zichzelf zelden opruimde, en dagen die ’s ochtends overzichtelijk leken maar tegen de avond altijd voller waren dan gedacht.
Tijd voelde niet als iets wat ik had, maar als iets waar ik tussendoor steeds kleine stukjes van probeerde te redden.
Dus in zo’n leven voelt het logisch om gezond voeren groter te maken dan het is. Niet uit gemakzucht, maar uit zorg.
Want je weet waarschijnlijk dat katten van nature geen twee vaste maaltijden eten. Ze eten vaker, in kleinere momenten.
Beeld je dat is in:
Hoog gras dat zacht beweegt, schaduwen tussen struiken, een muis die zich nietsvermoedend langs een stenen rand beweegt.
Lange tijd gebeurt er niets. De kat ligt laag, bijna onzichtbaar, alsof ze er niet is. Dan verandert alles tegelijk.
Spanning in het lijf, focus in de ogen, één korte, beheerste beweging en het is voorbij. Even eten. Even rust.
Daarna weer verdwijnen, terug in de omgeving waar niets hoeft en niets gepland is.
Ik weet nog dat ik in die periode veel keek naar My Cat From Hell van Jackson Galaxy. In eerste instantie gewoon als entertainment, iets om ’s avonds op te zetten en half te volgen.
Maar hoe vaker ik keek, hoe meer er iets bleef hangen. Niet de extreme gevallen of de dramatische muziek, maar hoe consequent hij terugkwam op dezelfde observatie:
Dat katten problemen krijgen wanneer hun natuurlijke ritme ergens wordt onderbroken.
In zijn boek Total Cat Mojo noemt hij die staat waarin alles wél klopt Mojo. Een patroon dat steeds terugkomt: hunt, catch, kill, eat, groom, sleep.
Geen klok die tikt, geen schema dat gevolgd moet worden. Alleen een natuurlijke volgorde die zichzelf draagt, zolang wij er niet te veel bovenop gaan zitten.
Maar ook de wetenschap bevestigt dat kleinere porties beter aansluiten bij hoe het kattenlichaam werkt.
We weten het. En juist dát weten maakt het ingewikkeld.
Want als goed voeren betekent dat je kat meerdere kleine eetmomenten nodig heeft, dan schuift er ongemerkt een volgende gedachte naar voren: dan moet ik er ook vaker zijn.
En als ik er niet ben omdat ik werk, onderweg ben, of gewoon mijn leven leef dan ontstaat de vraag die niemand hardop hoeft uit te spreken om hem toch te voelen: wat gebeurt er dan?
Ik merkte bij mezelf hoe snel die vraag werd ingevuld. Niet met wat ik zag, maar met wat ik me voorstelde.
Uren waarin ik mijn katten niet zag, werden in mijn hoofd uren waarin ze mogelijk honger hadden. Niet omdat ik dat kon waarnemen, maar omdat ik het idee ondraaglijk vond dat het zo zou kunnen zijn.
En daar, precies daar, werd tijd ineens meer dan een praktische beperking. Tijd werd aanwezigheid. En aanwezigheid werd verantwoordelijkheid.
Dus op dat punt voelt het logisch om te concluderen dat gezond voeren meer tijd vraagt dan je hebt.
Niet omdat je het niet wilt, maar omdat je het niet half wilt doen.
Want half voelt hier niet als “een beetje minder optimaal”, maar als “misschien laat ik iets tekortkomen”.
Brokjes passen dan ineens niet alleen beter in je schema, maar ook in je geweten.
Er is in elk geval iets. Ook als jij er niet bent.
Maar er is iets wat veel mensen niet doorhebben.