Manifest → Deel 2: De beker
De beker
Toen ik probeerde te begrijpen waarom Binky steeds opnieuw blaasgruis kreeg ondanks het “juiste” voer, ondanks het volgen van het protocol, ondanks alles wat ik probeerde, stuitte ik op een metafoor die alles veranderde.
Het was zo simpel dat ik me afvroeg waarom niemand me dit ooit had verteld en zo krachtig dat ik heel anders begon te kijken naar gezondheid.
Stel je voor dat het lichaam van je kat een beker is
Die beker heeft een bepaalde capaciteit. We noemen dit draagkracht. Het is de hoeveelheid “belasting” die het lichaam kan verwerken zonder dat er problemen ontstaan.
Elke kat heeft zijn eigen unieke beker, met zijn eigen unieke capaciteit. Sommige katten hebben van nature een grotere beker, andere een kleinere.
En elke dag komen er dingen in die beker.
Voeding in de vorm van natvoer, droogvoer, snacks, toevoegingen. Maar ook vochttekort, vooral bij droogvoer. Additieven zoals E-nummers, conserveringsmiddelen en vullers die het lichaam moet verwerken.
Stress door veranderingen in de omgeving, andere katten, geluiden, verhuizen. Overgewicht dat extra belasting legt op gewrichten, organen en de hele stofwisseling.
De leefomgeving speelt mee – een binnenkat met weinig stimulatie ervaart een andere belasting dan een kat die naar buiten kan.
Medische geschiedenis telt mee – eerdere klachten, medicatie, chronische aandoeningen.
Leeftijd, want oudere katten hebben simpelweg minder draagkracht dan jonge katten.
En meer.
Al deze dingen zijn belasting. Zolang de belasting onder de rand van de beker blijft, is er geen probleem. Het lichaam compenseert, het reguleert, het herstelt.
Alles lijkt prima. Je kat eet, hij speelt, hij doet alles wat een “gezonde” kat hoort te doen. De dierenarts zegt dat de bloedwaarden goed zijn. Jij ziet een normale, functionerende kat.
Op papier klopt alles.
Maar wanneer de beker overloopt, verschijnen de symptomen. Blaasgruis zoals bij Binky. Diarree of verstopping. Braken. Huidproblemen. Nierklachten. Obesitas. Diabetes. Chronische ontstekingen.
En hier is de cruciale waarheid die alles verandert: het symptoom is niet het probleem. Het symptoom is het moment waarop de beker overstroomt.
Het is het signaal dat de totale belasting te hoog is geworden, niet de oorzaak van de problemen zelf.
En dit is waarom ik (en misschien jij) in een eindeloze cyclus vastzat
De cyclus gaat zo:
Je kat krijgt een symptoom zoals blaasgruis, diarree of braken. Je zoekt naar de oorzaak en vraagt jezelf af: “Wat eet hij verkeerd?” Je leest advies online “Probeer dit voer” of “Schakel over naar dat merk.”
Je switcht van voer. Het symptoom verdwijnt, tijdelijk althans. Je denkt: probleem opgelost.
Maar drie maanden later zijn er nieuwe symptomen, of hetzelfde probleem keert terug. En je begint opnieuw, gevangen in dezelfde cirkel.
Dus waarom blijf je in deze cyclus vastzitten?
Omdat je opereert vanuit een fundamentele misvatting: gezondheid is de afwezigheid van symptomen.
Zolang je kat geen diarree heeft, geen blaasgruis heeft, en gewoon eet, dan is alles toch goed?
Nee, want wat er werkelijk gebeurd, zie je niet.
Dit is wat er namelijk onder de oppervlakte plaatsvindt:
Het lichaam van je kat compenseert, constant en onzichtbaar. De nieren werken harder om vochttekort te compenseren, ze concentreren urine sterker dan bedoeld, ze draaien op reservecapaciteit.
De darmen proberen droge, harde korrels te verwerken die nooit hun natuurlijke prooi zouden zijn (muizen en vogels bevatten bijvoorbeeld 70% vocht, en droogvoer slechts 8-10%).
Het immuunsysteem werkt overuren om additieven en vulstoffen te filteren, om de E-nummers en conserveringsmiddelen te neutraliseren.
Organen gebruiken energie, kostbare energie die eigenlijk voor herstel en onderhoud bedoeld is, om balans te bewaren.
Dit gebeurt allemaal onder de radar. Je ziet het niet, je kat toont het niet, totdat de beker overloopt.
Dan pas krijg je het symptoom, en wat doe je?
Je jaagt op het symptoom. Je probeert het symptoom te laten verdwijnen. Je wisselt van voer, je probeert medicatie, je zoekt naar “de oplossing.”
Maar het symptoom is NIET het probleem.
Het is alleen het signaal dat de totale belasting te hoog is geworden. Het is de rookmelder die afgaat, niet de brand zelf.
Laat het me je nog duidelijker maken
Waarom werkt voer X bij de ene kat wel, maar niet bij de andere? Als voer X echt “de oorzaak” was van het probleem, dan zou elke kat hetzelfde probleem krijgen van voer X.
Maar dat gebeurt niet. Sommige katten verteren natvoer perfect zonder enig probleem. Anderen krijgen direct diarree. Sommige katten kunnen prima droogvoer aan, jarenlang zelfs. Andere ontwikkelen blaasgruis, zoals Binky.
Waarom dit verschil? Niet omdat het voer inherent “goed” of “slecht” is. Maar omdat de ene kat nog ruimte heeft in zijn beker, en de andere niet.
De kat die natvoer perfect verdraagt, heeft een beker die 60% vol is, er is nog 40% ruimte voor extra belasting.
De kat die direct diarree krijgt van datzelfde natvoer, heeft een beker die al 95% vol is, er is geen ruimte meer.
Het natvoer is slechts de druppel die de emmer doet overlopen.
Dit was Binky’s situatie toen ik eenmaal begreep wat er gebeurde:
Belastingsfactor 1: Droogvoer (chronisch vochttekort)
- Droogvoer bevat 8-10% vocht
- Natuurlijke prooi van een kat: 70% vocht
- Binky dronk amper bij (katten hebben een zwakke dorstreflex)
- Gevolg: Nieren draaien decennia op tekort
- Urine wordt geconcentreerder → kristalvorming → blaasgruis
Belastingsfactor 2: Additieven en vullers
- Jumbo huismerk bevatte granen, maïs, E-nummers
- Bewaarmiddelen in snacks
- Gevolg: Immuunsysteem en lever constant actief
- Chronische laaggradige ontsteking
Belastingsfactor 3: Voer-timing
- Grote maaltijden 2x per dag
- Katten zijn van nature grazers (10-20 kleine maaltijden)
- Gevolg: Bloedsuikerpieken en -dalen
- Extra stress op alvleesklier
Belastingsfactor 4: Bewegingsarmoede
- Binnenkat in appartement
- Weinig verticale ruimte
- Weinig jachtgedrag
- Gevolg: Chronische stress + geen natuurlijk gedrag
- Opgebouwde spanning zonder uitlaatklep
Belastingsfactor 5: Eerdere episodes
- Blaasgruis laat littekens achter (letterlijk en figuurlijk)
- Blaas is gevoeliger geworden
- Gevolg: Lagere drempel voor nieuwe episodes
- Minder draagkracht dan voorheen
Binky’s beker was al 85-90% vol.
En toen gaf de dierenarts Royal Canin Urinary S/O. Een voer dat specifiek is ontworpen om de pH te reguleren en kristalvorming te voorkomen.
Op papier de “perfecte oplossing.”
Maar hier is wat er gebeurde:
Royal Canin pakte één aspect aan: de pH-waarde.
Het verlaagde de kans op kristalvorming.
Maar het deed niets aan:
- Het chronische vochttekort (het was nog steeds droogvoer)
- De additieven en vullers
- De voer-timing
- De bewegingsarmoede
- De onderliggende gevoeligheid
De beker was nog steeds 85% vol.
Het voer had alleen één specifieke belastingsfactor aangepakt.
De andere bleven bestaan.
En zes maanden later?
Overflow (de beker stroomt over).
Opnieuw blaasgruis.
Dit is het probleem met symptoomgerichte oplossingen:
Ze behandelen niet de beker.
Ze behandelen de overflow.
Ze proberen de rand van de beker hoger te maken.
Of ze proberen één specifieke belastingsfactor te verlagen.
Maar ze kijken niet naar de totale belasting.
En dat was mijn aha-moment.
De vraag was nooit: “Welk voer voorkomt blaasgruis?”
De vraag was altijd: “Wat vult Binky’s beker en hoe krijg ik ruimte gecreëerd?”
En toen ik die vraag stelde, veranderde alles.